Buy a house, they said. It’ll be fun, they said.

06/11/2019

Die verbouwingen houden jullie duidelijk bezig, en geloof me: ons ook. Dus buckle up, want dit wordt een lange blogpost. Ik probeer het zo overzichtelijk mogelijk te houden. Ik ben daar stil over gebleven omdat ik het niet aandurfde erover te praten en omdat ik mij schaam(de), maar dat is weer een heel ander verhaal. Nu lijkt alles toch tot een einde te komen en ziet het er echt naar uit dat we dit jaar nog kunnen verhuizen, dus welaan dan.

Die verbouwingen zijn officieel gestart begin 2016, een jaar na de aankoop van het huis. Emma was dik acht maanden toen we verhuisden naar de chalet, dus sinds augustus 2016 wonen wij op 40m² in onze tuin en is het oude huis onbestaand. Dat was goed doenbaar. Emma was nog geen jaar en had nog niet zoveel gerief en wij hebben een groot deel van ons gerief in opslag gestoken in een garage op ons domein. Omslachtig, maar dat lukte wel voor even, zo dachten we.

We waren aan de verbouwingen gestart vol courage en principes. Schone principes, zoals “enkel lokale kmo’s” aanstellen, zo ook onze aannemer. Die viel in september 2016 uit met een hernia. Wij reageerden redelijk chill en hadden zoiets van “we kunnen toch niet controleren hoe zijn hernia loopt en er zijn ergere dingen dan 6 maand vertraging, het is een kleine zelfstandige, dat zijn de risico’s”, en we verschoven alles een half jaar op de kalender. Dat betekende ook een half jaar extra in die chalet, maar soit, tegen de zomer zou alles klaar zijn en we konden daarmee leven.

In april 2017 kregen we de eerste echte factuur van de aannemer en we waren nu echt vertrokken. Een beetje later dan voorzien, maar een mens heeft geen controle over medische toestanden. We verschoven de planning naar verhuizen in de winter. Dat kan er nog wel bij. Op die paar maanden zou het nu ook weer niet gaan steken. De werken gingen traag, maar er gebeurde toch iets. Het bouwverlof kwam, het bouwverlof eindigde en in augustus 2017 kreeg ik mijn ontslag. Dat was pas echt een donderslag bij heldere hemel. Door dat ontslag kreeg ik geen loon, want het ging om dringende reden en dan krijg je geen uitkering. Diezelfde periode, in september 2017, was de aannemer niet meer bereikbaar en wist ik niet meer waarin of waaruit. Ik zie mijzelf nog zitten in december, bleitend, omdat we financieel op ons tandvlees zaten en we geen kant op geraakten met dat huis. Die nacht zei ik “Als we het moeten verkopen, dan is ‘t zo. We hebben het op zijn minst geprobeerd”. We gingen als verdoofd door de feestdagen en ik vond rust in het aanvaarden van de situatie. Mijn ouders waren op de hoogte en mijn moeder zou mijn moeder niet zijn mocht ze niet gereageerd hebben met “Tsjah, dat is ‘t leven hé kind”. Dat zal dan wel zo zijn, zekerst?

Als bij wonder kreeg ik begin 2018 bericht van de rva dat mijn uitkering dan toch eindelijk in orde was gekomen. Zes maand (!) tot ik die uitkering geregeld kreeg, maar het was (al een chance) met terugwerkende kracht. En geloof het of niet, daar was ook de aannemer terug. Zou het dan toch? 2018 ging ons jaar worden. Dat was ook nodig, want die chalet werd te klein. Emma was een peuter die groeide tot kleuter en ik bleef maar dozen gerief verzetten en versleuren. Het kind zelf kwam zot in de winter, en wij samen met haar. Ook dat is een blogpost op zijn eigen waard.

In april 2018 ontving ik een factuur van 7000 euro van de aannemer, gaf die aan de bank en kreeg een dikke “nope”… Hoezo? Bleek dat er tussen de aankoop en het opvragen van de tweede verbouwschijf meer dan anderhalf jaar zat. Na die periode moest er terug een aanvraag ingediend worden om de middelen (die goedgekeurd waren en in de akte stonden!) vrij te krijgen. Die aanvraag werd geweigerd omdat ik geen werk had. Werkloos en 7000 euro moeten ophoesten uit eigen zak. Een mens gaat van minder sterretjes zien, maar we ploegden voort. De factuur raakte betaald en wij schraapten elke cent bij elkaar. Ik ging overal solliciteren, van de Ontex (fabriek) tot de McDonald’s, maar ving overal bot. Ofwel had ik geen ervaring genoeg, ofwel was ik overgekwalificeerd. Zolang ik geen werk had weigerde de bank om ook maar een cent uit te betalen. Tot dan lagen de werken stil. Ik besloot om te genieten van elke dag die ik had met Emma en te aanvaarden hoe de kaarten geschud lagen. Of ik nu boel maakte of niet, tegen een bank vechten kunt ge vergeten. Het aanvaarden was de enige optie.

Lang leve augustus 2018. Het niet concurrentiebeding voor de retail dat vast hing aan mijn ontslag was verlopen. Eén dag na het verstrijken startte ik op mijn nieuwe job en dat gaf ook nieuwe courage. Ik belde de bank, bezorgde mijn contract en loonfiches en kreeg volgend antwoord terug:

“Ik heb Uw aanvraag terug geactiveerd, maar er kan momenteel geen rekening gehouden worden met Uw “weekcontracten” – interim – startdatum 18/08. Uw inkomsten zijn vervangings- en/of niet vaste interimsinkomsten en deze mogen niet meegeteld worden. In bedrag is er wel voldoende inkomstenstroom, evenwel is de aard van Uw inkomsten belemmerend. Toch nog even geduld tot wanneer U een vast contract zou verwerven.”

Ik vind dat ik nog steeds een medaille verdien omdat ik op het moment dat ik die mail las mijn gsm niet tegen de stenen heb gekletst. Nog even geduld, zeitem. NOG EVEN GEDULD, ZEITEM. Ik word nog altijd kwaad als ik dat lees. Wij hebben dus nooit never ever een betaling gemist, te laat gedaan, of gelijk wat. Hoe moeilijk we het ook hadden, iedereen kreeg elke cent tijdig (ik ben daar nogal een neuroot in) en dan behandelen die u toch zo? OP BASIS VAN WAT? Ze hadden zelfs een papier van mijn werkgever die beloofde dat ik een vast contract zou krijgen na de interimperiode.

Machteloos zijt ge op zo’n moment. Compleet machteloos en ontzettend kwaad. Op mijn nieuwe werk wisten ze van de situatie en daar kreeg ik te horen dat ze mij een vast contract wilden geven vanaf 1 januari 2019. Wel was er één voorwaarde: ik moest werken op 78 kilometer van mijn woonplaats. Dat betekende dat ik Emma ‘s avonds niet meer zou zien en het is ook een job met weekendwerk, dus ik zag mijn dochter van woensdag tot zondag nog één uur per dag, ‘s morgens. Mijn hart brak in een miljoen stukken, maar welke keuze had ik? Op mijn werk wilden ze weten of dat wel zou lukken met mijn privé, maar welke kant kunt ge op zo’n moment nog uit? Iedereen die macht over u heeft oefent ze uit en dan kunt ge boel maken en foeteren over ‘t onrecht, of doorperen. Ik heb doorgeduwd, zij het met veel tranen. Dat gevoel dat niets ooit nog zou goed komen begon zwaarder en zwaarder te wegen.

Begin december 2018 mocht ik het contract tekenen (met ingang vanaf 1 januari 2019) dat mij was beloofd. Diezelfde dag nog mailde ik alles naar de bank en die beloofden dat alles binnen de twee weken rond zou zijn. Ik belde de daklegger, de aannemer en kreeg een draft van de bankpapieren doorgestuurd. Jaja, we zouden die 500 euro administratieve kosten wel betalen, we waren zowat bereid alles te doen om de zaken geregeld te krijgen. Onze aannemer stak een tandje bij en ook de daklegger werkte aan een recordtempo. Tegen midden december stond de ruwbouw er volledig en lag er een dak op. Wij wisten niet wat we meemaakten. De facturen kwamen en ik bezorgde die aan de bank. Of ik nog even geduld kon hebben, want het was druk. Er werd mij beloofd dat alles echt wel in orde zou komen. Die facturen bleven uiteindelijk vijf weken liggen. Wilt ge uw aannemer en daklegger kwaad maken? Dan is dat de manier. Er zijn geen woorden die de terror kunnen omschrijven dat ik daardoor voelde (jeugdtrauma’s). Wanbetalers, wij. Wij die zo knokten en altijd correct bleven. Wanbetalers in zo’n klein dorp als het onze, want het waren feestdagen en congé’s. Ik belde de bank quasi dagelijks. Op den duur herkenden ze mijn stem. Ik gaf het telefoonnummer van de bank aan de werkmannen, zodat ze konden verifiëren dat het echt ECHT niet aan ons lag. Vijf weken te laat werd alles betaald, eind januari 2019. Daarmee kwamen wel meteen ook alle middelen vrij, maar ik zal nooit kunnen goedmaken dat ze moesten wachten op hun geld.

Januari 2019 zette zich ook aan met een kindje in mijn buik. Dat kindje zou eruit gaan komen in mei en ik had maar één voornemen voor 2019: verhuizen. We bestelden de ramen en die werden geïnstalleerd in april 2019, de achtergevels werden gevoegd en er kwam een nieuwe planning. In mei tekende de elektricien alles uit, de bestaande muren werden behandeld tegen het vocht. We wachtten zes weken om dat te laten drogen en daarna begon het lief en zijn familie met uitslijpen. In het bouwverlof kwam de familie om te helpen met isoleren en nu ligt alle elektriciteit er en is dat dichtgemorteld.

Nu is het wachten op de aannemer om een fout geplaatste muur te verzetten en een septische put te steken, dan komt begin december de plakker, erna is er vloerisolatie, vloerverwarming, chappe, een trap, de badkamer en de vloer. Zelf leggen we nog OSB-platen op de zoldervloer en een papa van school zal een badkamerkastje maken. Dan gaan we erin. Het is te zeggen: we verhuizen in december. Het gaat mij niet meer aan hoe het eruit ziet. Of we daar nu moeten leven met een kaars op de chappe, of met emmertjes water: het interesseert mij niet. Wij leven al vier jaar op 40m², waarvan een dik half jaar met vier personen. Ik heb het helemaal gehad.

En dat werk, Romina? Na de geboorte van Billie is alles op mij komen donderen. Ik zit op een punt in mijn leven dat ik niet meer weet hoe het professioneel verder moet. In overleg met mijn dokter en psycholoog ben ik thuis tot december en ik start in januari met een reïntegratietraject. Maar ook hier: dat is een blogpost op zijn eigen. We zullen zien wat de tijd ons brengt, want ik heb moeten leren loslaten, mij geen zorgen maken over dingen die binnen twee maand zullen gebeuren, en dat is wat ik nu probeer.

PS: sommige onder jullie weten dat ik mijn ex-werkgever een proces heb aangedaan. Dat is ook zo en dat kwam tot een einde vorig jaar. Ik mag en kan niet spreken over de inhoud van bekomen overeenkomsten, maar het is voorbij, en dat is het voornaamste.

Share:
Previous Post Next Post